De grote plas over

Ja, we hebben het eindelijk gedaan. In 2020 wilden we al, maar kon het niet. In 2021 wilden we weer, maar kon het weer niet. Dit jaar is ons jaar, en van vele Nederlanders met ons, we zeilden de grote plas over die de Noordzee heet.

De kinderen gingen ineens toch samen op kamp in plaats van na elkaar. Dat betekende dat we nu opeens een week met zijn tweetjes konden gaan zeilen. Wat nou als we de boot alvast naar Engeland zouden varen? Dan was de eerste keer samen, zonder dat we ook rekening met de kinderen hoefden te houden. Zaterdag brachten we de kinderen naar kamp, de auto was al ingepakt, zodat we meteen door konden. We hebben mijn vader Jacques opgehaald, de eerste dag ging hij mee varen van Medemblik naar Den Helder. Helaas was er te weinig wind om echt te kunnen zeilen. We hadden niet teveel tijd, dus we moesten wel wat vaart maken. De Waddenzee was een spiegel. Prachtig, maar niet om te zeilen. Op de motor ging het natuurlijk wel, maar het was voor mijn vader de eerste keer met ons zeilen, ik had liever het zeilen in zijn volle, stille, glorie laten zien. Wel onwijs leuk was dat we een bruinvis zagen. Mijn eerste keer een bruinvis op de Waddenzee. De kinderen hebben het wel ooit gezien, maar ik niet. Mijn vader grapte dat hij er een had gezien, maar dat was helemaal geen grap.

Die nacht sliepen we beiden niet zo goed, Jacques ook niet overigens. Ik was om vijf uur al wakker en kon niet meer slapen. Dan maar zo stil mogelijk uit bed, hardloopspullen aan en even gaan rennen. Zo stil als ik kon van de boot af. Sprongetje en kraaaaak, mijn enkel dubbel. Zo zacht mogelijk vloeken en proberen erop te lopen. Het deed wel zeer, maar ik ben toch voorzichtig gaan rennen. Het werd wel een beetje dik, maar niet verschrikkelijk. Om 7 uur ben ik pap gaan koken en thee / koffie gaan zetten. Na het ontbijt zwaaide Jacques ons uit en vertrokken we uit Den Helder, op naar Lowestoft. De wind was flink, 25 knopen met vlagen 30, de golven in het zeegat waren hoog. Het heet daar dan ook Helsmond, een zeer toepasselijke naam. Met de woorden van Hans in gedachten, dat de Pelagie dit al heel veel vaker heeft gedaan en het allemaal wel kan, sprak ik mijzelf moed in. Ik zag de voorkant diep wegduiken in de golven, het water kwam regelmatig over het dak heen spoelen. Slik. Al gauw waren we allebei katterig, zo een niet helemaal lekker gevoel in je maag. En omdat de nacht zo kort was geweest, waren we allebei ook moe. Het reisziekte pilletje hielp daar natuurlijk ook aan mee. Om de beurt lagen we op de bank te slapen. Dat heeft na de eerste twee uur zeilen eigenlijk de hele reis geduurd en ging heel harmonieus met elkaar. Telkens om de beurt slapen en zeilen.

Dit was de volgende dag, de golven al een stuk minder dan de vorige dag

In de TSS (Traffic Separation Scheme, een eenrichtingsverkeer snelweg op de zee voor de grote scheepvaart, die mag je alleen haaks oversteken) kwamen we een paar grote jongens tegen waar we precies tussendoor gingen. Daarvoor waren we wel allebei wakker. Twee mega schepen, de ene vol met containers, de andere leeg maar bedoeld voor containers, die even aan beide kanten om je heen varen. Dat is best indrukwekkend. We hebben extra vaart gemaakt om voor de ene langs te gaan en vaart geminderd om achter de ander langs te gaan.

Op een gegeven moment zag ik wat uitsteken uit het water, het leek een beetje op een fender, een stootwil. Maar het was een zeehond die even kwam kijken wat er langs hem ging. Die stak een paar keer zijn koppie ruim boven het wateroppervlak en was duidelijk nieuwsgierig. Later in de avond zagen we drie keer een zeekoet. Die komen alleen op land om te broeden, liefst op rotsen. Die zie je dus alleen in Nederland als ze verzwakt zijn en aanspoelen. Bij de dierenambulance hebben we het meerdere keren meegemaakt. Dan krijg je een melding dat er een pinguïn op het strand ligt (nee mevrouw, dat is een zeekoet. Nee hoor, echt een pinguïn… zeggen ze dan). Omdat ze nu gewoon gezond en wel waren, vond ik het ontzettend leuk om te zien. Ook hebben we zeker een half uur lang een jonge meeuw gehad die met ons mee vloog. Dat was een enorm end uit de kust, wat kunnen die meeuwen toch ver vliegen. Hij leek het wel leuk te vinden om in de luwte van ons voorzeil te vliegen. Misschien vond meneer meeuw de wind ook wat sterk om terug naar huis te vliegen.

Met de wind die er stond gingen we te noordelijk uitkomen, dus we moesten wel overstag om zuidelijker te gaan. Alleen is de voorkant van de boot ineens weer naar de Nederlandse kust gericht en dat is mentaal best lastig om te doen na een dag en nacht varen. We waren de Deep Water Lane, voor heel grote jongens, al enige tijd over en toen gingen we overstag, keerden we bijna weer terug in de DWL. Dat was even een domper. Uiteindelijk hebben we een paar kortere slagen gemaakt naar het zuiden om zo min mogelijk het gevoel te hebben terug te gaan naar het oosten. Het laatste uur zagen we dat we nog 1,5 uur zouden moeten omvaren, om op de juiste hoogte te komen. Dat werd ons even een beetje teveel, toen hebben we ervoor gekozen de motor aan te zetten en de zeilen te strijken. Het voelde een beetje als valsspelen, maar een pittige tocht van 30 uur was wel voldoende voor ons.

Aangekomen in Lowestoft konden we de kade op en in Engeland rondlopen. Toen werden we misselijk omdat de grond niet meer bewoog, maar we waren er wel!

2 thoughts on “De grote plas over

  1. Hoi Bibi en Jeroen,

    Leuk jullie eerste oversteek verhaal van de Noordzee te lezen. Hoop dat het naar meer blijft smaken. Je komt op plekken waar je anders nooit komt.
    Veel plezier met jullie verdere reis.

    Groeten Hans

  2. Wat een super reis! En wat dapper met zoveel wind en nog bijna op de kop ook helemaal naar Lowestoft in korte tijd
    Golven op het dak van de Pelagie hebben wij onze hele wereldreis vrijwel nooit meegemaakt! Ik vind jullie stoere bikkels, Bibi en Jeroen!!!!!!!!!
    Ik hoop van harte dat jullie ook weer goed zijn thuisgekomen.
    Hanneke

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *